Komen tot duurzame bekostiging van innovatie in de zorg
Waarom zorginnovatie blijft steken na de pilot
De Nederlandse zorg heeft geen gebrek aan innovatie. Overal ontstaan proeftuinen, pilots en regionale experimenten: digitale monitoring, AI-beslisondersteuning, betere triage, preventieve interventies en nieuwe vormen van samenwerking tussen organisaties. Vaak zijn de eerste resultaten veelbelovend. Toch lukt het opvallend vaak niet om zulke vernieuwingen duurzaam onderdeel te maken van de dagelijkse praktijk.
Dat komt zelden doordat het idee inhoudelijk niet deugt.[1] Vaker ontbreekt een structurele financiële route. Zolang de bekostiging het oude proces beloont, blijft innovatie afhankelijk van uitzonderingen: subsidies, tijdelijke projectteams en bestuurlijke goodwill. De samenwerking wordt organisatie overstijgend, terwijl kosten, baten en financiële risico’s per partij blijven liggen. Zodra de projectfinanciering stopt, verdwijnt daarmee vaak ook de ruimte om van vernieuwing reguliere zorg te maken.

Na de pilot begint het bekostigingsvraagstuk
De pilotfase is aantrekkelijk. Er is tijdelijk geld, bestuurlijke aandacht en vaak een apart projectteam.[2] De echte toets komt pas daarna. Dan moet de innovatie concurreren met wachtlijsten, personeelstekorten, IT-beperkingen, contractafspraken en productieprikkels. De vraag verschuift van “werkt het?” naar “wie betaalt dit, wie draagt het risico en welke bestaande zorg bouwen we af?”. Oftewel: hoe urgent is het probleem waar de innovatie voor bedacht is werkelijk?
Vooral innovaties die zorg voorkomen, verplaatsen of vervangen lopen hierop vast, omdat de betaaltitel dan niet meer van toepassing is. Een digitale toepassing die polibezoeken voorkomt, kan maatschappelijk waardevol zijn, maar raakt aan omzet, capaciteit en verantwoordelijkheden. Preventie kan toekomstige zorgkosten verlagen, maar vraagt vandaag om investering. Regionale samenwerking kan de patiënt helpen, maar past niet altijd in afzonderlijke financieringsstromen. Wat ook niet helpt, is dat je collega zorgorganisatie in een andere regio voor een soortgelijk probleem een andere innovatie is gestart. Deze versnippering is lastig vanuit een zorgverzekeraarsperspectief.
De innovatie als extra proces
Daar komt bij dat innovaties in eerste instantie zorgprocessen vaak niet echt vervangen, maar toevoegen. Een nieuwe triagetool, AI-toepassing of vorm van thuismonitoring wordt boven op het bestaande proces gezet. Professionals moeten dan twee werelden tegelijk bedienen: de oude werkwijze blijft nodig voor productie, verantwoording en veiligheid, terwijl de nieuwe werkwijze extra registratie, overleg en uitleg vraagt. Zonder dekking van de kosten voor de overgangsfase draait de organisatie op voor in feite de kosten van twee processen tegelijk: het oude systeem dat blijft draaien en het nieuwe systeem dat nog moet landen. Wat bedoeld was als verlichting, voelt als extra belasting vanuit het perspectief van de bedrijfskundige en zorgprofessional.
De innovatiegolf van AI laat dit scherp zien. Er zijn veel initiatieven, veel beloftes en steeds meer toepassingen die technisch kunnen werken. Toch haalt maar een klein deel de brede praktijk, mede omdat de financiële vraag vaak pas laat wordt gesteld.[3] Hoe wordt het gebruik, het beheer, de validatie, de datakwaliteit en de aanpassing van het zorgproces structureel gefinancierd zodra de pilot voorbij is? En hoe wordt (voldoende) aangetoond dat een AI-toepassing waarde creëert, ook wanneer bestaande productie of handelingen nog niet volledig zijn vervangen? Zonder structurele bekostiging blijft AI een verzameling veelbelovende experimenten, maar geen reguliere zorg. Voor een diepgaandere uiteenzetting voor het niet slagen van de AI-implementatie lees ook vooral het white paper: De weg naar volwassen AI in de zorg .
Sommige regio’s en organisaties zoeken nu al naar manieren om deze barrières te doorbreken. Tijdens onze ronde tafel over structurele bekostiging van innovatie in de zorg bespreken zorgleiders aan de hand van praktijkvoorbeelden welke financieringsmodellen en besturingsstructuren nodig zijn om innovatie op grotere schaal in de praktijk te brengen.
Wie maakt ruimte voor vernieuwing als de pilot stopt?
De paradigma shift ligt hier in het minder vragen naar welke innovatie kansrijk is, en het vaker aansturen op het realiseren van het systeem c.q. de randvoorwaarden eromheen om deze te laten landen. En dat betekent dus:
Eerder bepalen welke bestaande zorg een innovatie daadwerkelijk vervangt
Vooraf afspraken tussen financiers en aanbieders maken over het delen van kosten, baten en risico’s.
Meer visie uitdragen, vanuit VWS en zorgverzekeraars, over de innovaties in de zorg en wie de koplopers hiervoor zijn.
Tijdelijke transitiegelden ook aanwenden voor opschaling en inbedding in de bestaande organisaties en dit mee laten lopen in de reguliere contractering.
Dat de verantwoording op uitgevoerde verrichtingen en DOT's ook kan liggen op gerealiseerde gezondheidswinst, doelmatigheid, minder gezondheidsverschillen of hogere kwaliteit van leven.
Ophouden met beschouwingen over “het zorgstelsel op zijn kop zetten” en “met marktwerking stoppen”: het leidt alleen maar af van ieders verantwoordelijkheid.
De open vraag is dus niet of de zorg moet innoveren. Door vergrijzing, personeelstekorten en stijgende kosten is dat nauwelijks nog een keuze. De vraag is eerder hoe we voorkomen dat innovatie steeds tijdelijk naast het systeem blijft bestaan. Met de zorgaanbieder als (hoofd)risicodrager. Als we innovatie serieus nemen, moeten we ook bereid zijn bestaande zorg, budgetten en risico’s opnieuw te verdelen en transparanter te zijn. En moeten wij (het stelsel van alle partijen in de zorg) de transformatie in de zorg als investering en randvoorwaarde gaan verantwoorden.
Hiervoor hoeft het zorgstelsel niet op zijn kop en kán de marktwerking blijven bestaan.
Op 28 september organiseren wij vanuit IG&H een ronde tafel om aan de hand van twee praktijkcasussen met zorgaanbieders, verzekeraars en toezichthouders hierover in gesprek te gaan. De uitkomsten hiervan delen wij binnenkort ook met wie hier interesse in heeft – laat ons dit vooral weten in de reacties of via een persoonlijk bericht.
[2] Dutch Health Hub, Zorginnovatie blijft hangen in pilots en proeftuinen, 17 mei 2021.
[3] TNO verbindt onderzoek, innovatie en implementatie van AI in de zorg, 16 juni 2026,
Auteurs: Erik Teichert & Hugo van Houselt
Meer weten? Neem gerust contact op met:

Femke Keijzer
Managing Director Healthcare
+31651183711


