Deel 1 Slimmer met schaarste: waarom declaratiedata de zorg kan redden
- 9 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
De wachtlijsten groeien, verpleegkundigen vallen uit en de zorgkosten rijzen de pan uit. Terwijl de nieuwe coalitie zoekt naar manieren om de zorg toegankelijk te houden, ligt er een oplossing voor het oprapen in alle data die we tot ons beschikking hebben.
De Nederlandse zorg behoort tot de beste ter wereld. Toch dreigt ze vast te lopen. De vergrijzing zet door, het aantal zorgvragen stijgt, en het personeel is schaars. Het antwoord ligt niet in harder werken of meer handen aan het bed, die zijn er simpelweg niet. De oplossing ligt in slimmer werken. En daarvoor hebben we een nog grotendeels onaangeboorde goudmijn in huis: declaratiedata.
Data als medicijn
Declaratiedata, de gegevens die zorginstellingen indienen bij verzekeraars voor vergoeding, bevatten een schat aan informatie over behandelpatronen, volumes en variatie. Door deze data slim te analyseren, kunnen ziekenhuizen zien waar zorg efficiënter kan. Niet door te bezuinigen, maar door overbehandeling te voorkomen en processen te stroomlijnen.
In ziekenhuizen die hiermee werken, levert dit jaarlijks zo'n €100 miljoen aan doelmatigheidswinst op. Bovendien komt er capaciteit vrij die gelijkstaat aan 6.000 fulltime verpleegkundigen, wat ongeveer 8% van het totaal is. Dit zijn geen spreadsheetsuccessen, maar concrete verbeteringen: kortere wachttijden, minder onnodige controles, en patiënten die sneller naar huis kunnen.
Van inzicht naar impact
i2i en IG&H werken al ruim 15 jaar met declaratiedata om zorgprocessen te verbeteren. Toch doet slechts 30% van de ziekenhuizen mee, en maar twee zorgverzekeraars. Terwijl de impact bij deze groep jaarlijks oploopt tot 1 à 2% van hun omzet, goed voor meer dan €100 miljoen aan doelmatigheidswinst. Dat is geen potentie, dat is praktijk. De voorbeelden spreken voor zich:
Op basis van benchmarkdata besloten we met een vakgroep om routinematige controlebezoeken te verminderen waar dat kon. Dat leverde direct extra capaciteit op en verkortte de wachttijden. In een ander ziekenhuis bleek dat betere fysiotherapie voorafgaand aan knie- en heupoperaties soms een ingreep kon voorkomen. En door operaties vaker ’s ochtends te plannen, konden patiënten dezelfde dag nog naar huis. Dit is prettiger voor de patiënt en een enorme besparing op beddencapaciteit.
Deze aanpak maakt structureel capaciteit vrij bij zowel het personeel als in het beddenhuis. Deze extra, onbenutte capaciteit is hard nodig om de groeiende zorgvraag op te vangen zonder extra mensen of middelen.

Tijd voor een landelijke standaard
Deze blijft deze aanpak nu beperkt tot de voorlopers. En dat is zonde. Want de analyses van declaratiedata kunnen veel breder worden ingezet, ook in de keten voor en na het ziekenhuis.
Zo kun je door data te combineren bijvoorbeeld het succes van een prostaatoperatie meten aan het gebruik van incontinentiemateriaal. Dat laat soms enorme verschillen zien tussen ziekenhuizen, en precies daar zit het verbeterpotentieel. Ook in de langdurige zorg kunnen verschillen tussen organisaties worden opgespoord en verbeterd.
Als we deze aanpak landelijk standaardiseren, kunnen we structureel capaciteit vrijspelen zonder nieuw personeel aan te trekken of extra geld te investeren.
De zorg redden met wat we al hebben
De zorg staat voor een enorme uitdaging: de vraag stijgt, maar de middelen groeien niet mee. Na de verkiezingen is het moment daar om keuzes te maken. Laten we dan ook kiezen voor wat nú al werkt.
Zorgverzekeraars, aanbieders en beleidsmakers hebben samen de sleutel in handen om declaratiedata structureel te benutten. Iedereen heeft recht op zorg, maar zonder ingrijpen heeft straks niet meer iedereen toegang.
Slimmer gebruik van data kan duizenden handen terugwinnen. En dat is precies wat de zorg nu nodig heeft.
Meer weten? Lees deel 2 van deze blog of neem contact op

Bas Leerink
Managing Director Healthcare
+31654906215


