De olifant in de operatiekamer: meer capaciteit vraagt om lastige keuzes
Stel je een luchthaven voor waar de vertragingen zich blijven opstapelen. Extra grondpersoneel en incheckbalies bieden tijdelijk lucht, maar lossen de opstoppingen niet op als vliegtuigen langer dan nodig aan de grond staan, passagiers zich op de verkeerde plek bevinden of vluchten in de verkeerde
volgorde worden gepland.
De zorg staat voor een vergelijkbare uitdaging. Terwijl wachtlijsten groeien en de zorgvraag toeneemt, is de reflex vaak om te vragen om méér: meer bedden, meer OK-capaciteit en meer personeel. Die investeringen kunnen helpen, maar veel ziekenhuizen werken al in een omgeving waarin extra mensen en middelen moeilijk te vinden zijn. De vraag is daarom niet alleen hoeveel capaciteit een ziekenhuis heeft, maar ook hoe die capaciteit wordt benut.

Veel ziekenhuizen hebben de afgelopen jaren stappen gezet om processen efficiënter in te richten. De volgende stap ligt in het kritisch onderzoeken van de manier waarop zorg wordt verleend en of bestaande keuzes rondom behandeltrajecten, nazorg en de inzet van middelen nog steeds logisch zijn. In onze ervaring zijn de meeste ziekenhuizen bereid die vragen te stellen. De uitdaging zit in het voeren van het lastige gesprek over de antwoorden én het handelen daarnaar.
Het moeilijke gesprek
Elk ziekenhuis kent praktijkvariatie. Sommige afdelingen plannen meer controleafspraken dan andere, nemen patiënten vaker of langer op en sommige behandeltrajecten leunen sterker op chirurgische zorg, terwijl andere afdelingen vaker gebruikmaken van conservatieve alternatieven. Verschillen in patiëntenpopulaties, beschikbare middelen, klinische voorkeuren en historisch gegroeide werkwijzen kunnen deze variatie verklaren. Soms zijn die verklaringen terecht. Soms laat een diepgaande analyse zien dat bestaande aannames ter discussie mogen worden gesteld.
Zorgprofessionals zijn intrinsiek gemotiveerd om de best mogelijke zorg te leveren aan de patiënt die voor hen zit. Juist door die betrokkenheid kan het bevragen van zorgpatronen persoonlijk aanvoelen, ook wanneer de intentie verbetering is. Gesprekken over capaciteit gaan zelden uitsluitend over bedden, operatiekamers of poliklinische afspraken. Uiteindelijk gaan ze over professioneel handelen, ingesleten routines en de bereidheid om van elkaar te leren.
Data als feitelijke basis voor het gesprek
Data biedt in dit soort gesprekken een gezamenlijke feitelijke basis. Door zorgdata over de volledige patiëntreis te bekijken, worden behandelpatronen, herhaalbezoeken, ligduur en verschillen tussen afdelingen of ziekenhuizen zichtbaar. Patronen die vanuit één spreekkamer nauwelijks opvallen, komen zo wel aan het licht.
Een analyse naar galblaasoperaties laat zien hoe groot de verschillen kunnen zijn. Het aandeel patiënten dat na de ingreep een nacht in het ziekenhuis blijft, varieert tussen ziekenhuizen van 23% tot 100%. Wanneer alle ziekenhuizen vergelijkbare resultaten zouden behalen als de 25% meest doelmatige instellingen, kan volgens berekeningen van i2i jaarlijks €8,2 miljoen bespaard worden en kunnen 5.000 verpleegdagen worden vrijgespeeld. Die vrijgekomen capaciteit kan worden ingezet voor andere patiënten en helpt de druk op verpleegkundigen en spoedeisende hulpafdelingen te verlichten.
Data levert niet alle antwoorden, maar helpt betrokkenen wel om betere vragen te stellen:
● Waarom behandelt een vergelijkbaar ziekenhuis soortgelijke patiënten met minder controleafspraken?
● Waarom kunnen sommige patiënten met dezelfde aandoening eerder naar huis dan anderen?
● Waarom komen patiënten in de ene regio voor bepaalde zorg vaker in het ziekenhuis terecht, terwijl vergelijkbare patiënten elders onder behandeling blijven van een huisarts, tandarts of andere eerstelijnszorgverlener?
Het doel is niet om te bewijzen wie gelijk of ongelijk heeft, maar om een gezamenlijke feitelijke basis te creëren voor een constructief gesprek. Een dashboard verandert geen zorgpad en maakt geen operatiekamer vrij; mensen doen dat. De echte uitdaging begint daarom pas na de analyse.
Medisch specialisten, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals moeten mede-eigenaar zijn van zowel de analyse als de keuzes die eruit volgen. Dat vraagt om een omgeving waarin zij zich veilig genoeg voelen om lastige vragen te stellen, klinische nuances in te brengen en variatie openlijk te onderzoeken.
Van leiders vraagt dit dat zij eerst luisteren voordat zij uitdagen en het gesprek blijven voeren, ook wanneer het ongemakkelijk wordt. Daarbij moeten zij een veelgehoorde zorg bespreekbaar maken: de vrees dat deze gesprekken vooral bedoeld zijn om budgetten te verlagen. Duurzame verandering ontstaat wanneer mensen zien dat het doel betere én toegankelijke zorg is.
Een zekere mate van spanning is daarbij onvermijdelijk. Betekenisvolle verandering vraagt bijna altijd om het ter discussie stellen van aannames die al jarenlang bestaan. Zodra teams begrijpen waar kansen liggen, moet het gesprek verschuiven van verklaren naar besluiten: welk resultaat willen we bereiken en welke werkwijze moet daarvoor veranderen? Dat kan betekenen dat onnodige controleafspraken worden verminderd of dat voldoende OK-capaciteit wordt vrijgemaakt om wachttijden te verkorten voor patiënten die daadwerkelijk een operatie nodig hebben.
Ook bij knieartrose maakt data zichtbaar waar capaciteit mogelijk onnodig wordt belast. Uit dezelfde analyse van i2i blijkt dat slechts een klein deel van de patiënten vóór de operatie de landelijk aanbevolen fysiotherapie krijgt. Een betere toepassing van stepped care, waarbij patiënten eerst minder ingrijpende behandelopties zoals fysiotherapie krijgen voordat een operatie wordt overwogen, kan onnodige ingrepen helpen voorkomen. Dat vraagt om goede samenwerking tussen het ziekenhuis, de huisarts en de fysiotherapeut en kan tegelijkertijd de druk op operatiekamers en bedden verminderen.
Heldere doelstellingen vertalen inzichten naar besluiten en besluiten naar meetbare resultaten. Wanneer afdelingen van elkaar leren en leiders deze doelen consequent blijven benadrukken, ontstaat ruimte om de beschikbare capaciteit beter te benutten.
Drie acties voor ziekenhuisbestuurders
1. Maak variatie zichtbaar
Combineer declaratie- en zorgdata om inzicht te krijgen in de volledige patiëntreis en vergelijk patronen met andere zorginstellingen. Richt de aandacht niet alleen op volume, maar vooral op variatie die om duiding vraagt.
2. Creëer psychologische veiligheid
Betrek zorgprofessionals bij de analyse en maak vooraf duidelijk hoe de uitkomsten worden gebruikt. Mensen zijn eerder bereid bestaande werkwijzen ter discussie te stellen wanneer zij weten dat het doel leren en verbeteren is, en niet beoordelen of bezuinigen.
3. Stuur op uitkomsten
Definieer een beperkt aantal meetbare doelstellingen en houd het gesprek gericht op de impact voor patiënt en maatschappij in plaats van op het volgen van processen.
Inzicht vraagt om handelen
Voor veel ziekenhuizen ligt de grootste kans in het beter benutten van de capaciteit die al beschikbaar is. Data kan zichtbaar maken waar die kansen liggen, maar inzicht alleen leidt niet tot verandering. Vooruitgang ontstaat wanneer bestuurders en zorgprofessionals samen bestaande werkwijzen onderzoeken, de gevolgen voor kwaliteit en patiënten meewegen, moeilijke keuzes durven te maken en die keuzes ook in de praktijk doorvoeren.
Auteurs: Hadassa Liefting, Anouk Bakker, Koos Pecht
Deze inzichten zijn gebaseerd op analyses die door i2i zijn uitgevoerd in Nederlandse ziekenhuizen en 100 ouderenzorginstellingen.
Welke praktijkvariatie verdient in jouw organisatie een nader gesprek? We wisselen graag inzichten en ervaringen uit over hoe data kan helpen om dat gesprek op een feitelijke basis te voeren.

Koos Pecht
CEO i2i
+31 6 41437417


